Als je naar je bloedresultaat kijkt wil je weten of je goed bezig bent. Is een waarde nu slecht of goed? Het antwoord is meestal genuanceerd, zeker als we de cholesterolcijfers bekijken. Er bestaat geen enkele waarde die voor iedereen goed is. Wat goed is voor jou hangt af van je eigen risico. En nog iets: het totaalgetal vertelt zelden het meeste. De interpretatie doet dat.
Nog even dit, om verwarring te vermijden. In België en Vlaanderen lezen we cholesterol meestal in milligram per deciliter (mg/dL). In Nederland gebruiken ze millimol per liter (mmol/L). Het zijn dezelfde stoffen, maar gemeten met een andere maat. Ik geef hieronder telkens beide, zodat je je eigen resultaat kan volgen, waar je ook woont.
Naar welk getal moet ik kijken?
Op je uitslag staan meestal vier waarden.
Je totaal cholesterol is gewoon de som van alles bij elkaar. Handig als eerste indruk, maar te grof om er veel uit af te leiden, want het gooit het goede en het slechte op één hoop.
Dan is er de cholesterol die je bloedvaten mee helpt opruimen. Die wil je net wat hoger zien. Dat is je HDL, in de volksmond de goede cholesterol.
Daartegenover staat de cholesterol die zich in je vaatwand kan vastzetten en daar mee plaque vormt. Die houd je liever laag. Dat is je LDL, het getal waar het echt om draait.
En dan is er een waarde die je misschien minder kent: alles wat niet je goede cholesterol is, samengeteld. Je vindt ze door je HDL van je totaal af te trekken. Dat heet non-HDL, en het is handig omdat het in één cijfer alle schadelijke deeltjes vangt, ook bij mensen met een hoge bloedsuiker of veel triglyceriden.
Welke streefwaarde is goed voor jóu?
Hoe hoger je risico op hart- en vaatziekten, hoe lager je LDL moet zijn. Met risico bedoelen artsen de kans dat je in de komende jaren een hart- of vaatprobleem krijgt, op basis van factoren zoals leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes en je cholesterolwaarden.
Grofweg:
- Laag risico: een LDL onder 116 mg/dL (3,0 mmol/L).
- Matig risico: onder 100 mg/dL (2,6 mmol/L).
- Hoog risico, bijvoorbeeld bij diabetes of een sterk belaste familie: onder 70 mg/dL (1,8 mmol/L).
- Zeer hoog risico, bijvoorbeeld na een hartinfarct: onder 55 mg/dL (1,4 mmol/L).
Je goede HDL wil je liefst boven 40 mg/dL (1,0 mmol/L) bij mannen en boven 50 mg/dL (1,3 mmol/L) bij vrouwen, al is eindeloos hoog ook niet eindeloos beter. Voor non-HDL ligt de streefwaarde telkens zo'n 30 mg/dL boven die van je LDL.
Er is geen cholesterolwaarde die voor iedereen goed is. Wat goed is, hangt af van jouw risico: hoe hoger dat is, hoe lager je LDL mag zijn. Kijk dus naar je LDL en non-HDL in dat bredere plaatje, niet naar het totaalgetal.
Wat al die getallen gemeen hebben: voor je LDL geldt dat lager echt veiliger is, en dat het laagste punt mee opschuift als je risico hoger wordt. Iemand met een laag risico kan zich dus een hogere LDL veroorloven.
En die verhouding dan?
Veel mensen kennen de ratio: je totaal cholesterol gedeeld door je HDL. Als snelle foto van je risico is dat best bruikbaar, een waarde kleiner dan 4 is geruststellend. Maar de ratio blijft een momentopname. Wat je arts uiteindelijk wil bijsturen, is dat absolute LDL- en non-HDL-getal.
Zijn er nog andere waarden?
Twee, kort. De eerste telt niet de hoeveelheid cholesterol maar het aantal schadelijke deeltjes. Die waarde, apoB, is soms accurater dan LDL alleen, zeker bij diabetes of hoge triglyceriden. De tweede is een grotendeels erfelijk, cholesterolachtig deeltje dat je risico onafhankelijk verhoogt en dat je in principe één keer in je leven laat prikken. Ongeveer één op de vijf mensen heeft er te veel van. Die heet Lp(a). Aan beide wijd ik binnenkort een apart stuk, want ze verdienen meer dan een voetnoot.
Dus wat is nu een goede waarde?
Één getal op je blad zegt weinig zonder de rest van het plaatje: je leeftijd, je bloeddruk, of je rookt, of je diabetes hebt, en wat er in je familie speelt. Samen bepalen die wat de cijfers voor jou betekenen. Hoe je arts naar dat hele plaatje kijkt, lees je in cholesterol-opnieuw-bekeken.
Neem je laatste bloeduitslag er eens bij en zoek de LDL-lijn op. Met dat ene getal in de hand kan je bij je volgende afspraak de juiste vraag stellen: welke streefwaarde hoort er bij míj?
In Spreekuur Plus krijg je elke week een longread, mijn e-books over slaap, stress en hormonen, en een maandelijkse Ask Me Anything. Word lid vanaf negentien euro per maand.
Referenties
Ference, B. A., Ginsberg, H. N., Graham, I., Ray, K. K., Packard, C. J., Bruckert, E., … Catapano, A. L. (2017). Low-density lipoproteins cause atherosclerotic cardiovascular disease. 1. Evidence from genetic, epidemiologic, and clinical studies. A consensus statement from the European Atherosclerosis Society Consensus Panel. European Heart Journal, 38(32), 2459–2472. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehx144
Mach, F., Baigent, C., Catapano, A. L., Koskinas, K. C., Casula, M., Badimon, L., … Wiklund, O. (2020). 2019 ESC/EAS Guidelines for the management of dyslipidaemias: lipid modification to reduce cardiovascular risk. European Heart Journal, 41(1), 111–188. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehz455
Galimberti, F., Casula, M., & Olmastroni, E. (2023). Apolipoprotein B compared with low-density lipoprotein cholesterol in the atherosclerotic cardiovascular diseases risk assessment. Pharmacological Research, 195, 106873. https://doi.org/10.1016/j.phrs.2023.106873
Duarte Lau, F., & Giugliano, R. P. (2022). Lipoprotein(a) and its significance in cardiovascular disease: A review. JAMA Cardiology, 7(7), 760–769. https://doi.org/10.1001/jamacardio.2022.0987
Chen, L., Chen, S., Bai, X., Su, M., He, L., Li, G., … He, G. (2024). Low-density lipoprotein cholesterol, cardiovascular disease risk, and mortality in China. JAMA Network Open, 7(7), e2422558. https://doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2024.22558
