De overgang, wat er echt gebeurt met je lichaam vanaf je 45ste

De overgang, wat er echt gebeurt met je lichaam vanaf je 45ste

Slechter slapen, nachtelijk zweten, een woord dat je even kwijt bent: de overgang is geen ziekte, maar ook niet niks. Ontdek wat er echt in je lichaam verandert vanaf je 45ste, wat normaal is, en welke keuzes nu je botten, hart en brein beschermen voor later.

Je bent 46, misschien 48, en er klopt iets niet. Je slaapt slechter, je wordt om drie uur 's nachts badend in het zweet wakker, je zoekt naar een woord dat op het puntje van je tong ligt en je broek spant over je buik. Bij de dokter hoor je: dat hoort erbij. En dat klopt ook. Maar daar ben je niet tevreden mee, en terecht.

De overgang is geen ziekte, maar het is ook niet niks. Het is een echte fysiologische omslag met echte klachten en, minder zichtbaar, echte gevolgen voor je botten, je hart en je brein op lange termijn. Wie op tijd de juiste keuzes maakt, kan een verschil maken.

Ik noemde het ooit een omgekeerde pubertijd. Als een meisje tussen acht en dertien is, schiet de oestrogeenspiegel omhoog en komt de cyclus op gang. Aan het einde van de vruchtbare periode gebeurt het omgekeerde: het oestrogeen zakt weer weg. Een vrouwenleven is op dat punt een toonbeeld van symmetrie. Dat beeld maakt meteen duidelijk waarom er zoveel tegelijk verandert. Het is niet één klacht. Het is een heel systeem dat opnieuw evenwicht zoekt.

Wat de overgang precies is

Even de definities, want ze lopen makkelijk door elkaar.

De perimenopauze is de aanloop. Die kan al rond je veertigste beginnen, soms vroeger, en duurt gemiddeld zo'n vijf jaar. In die fase gaan je hormoonspiegels flink schommelen: je cyclus wordt onregelmatig, korter of langer, soms heviger, en de eerste opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen duiken op. Twijfel je of je er al inzit? Dat is precies de vraag waar veel vrouwen mee worstelen, en de eerste signalen beschreef ik in de post ‘de eerste signalen van de perimenopauze’.

De menopauze zelf is één moment, maar we kunnen het pas achteraf vaststellen: de dag van je laatste menstruatie, plus twaalf maanden zonder bloeding. Gemiddeld ben je dan 51. Pas dan mag je met zekerheid zeggen dat je in de menopauze zit.

De postmenopauze is alles daarna. Je oestrogeen blijft laag, je FSH blijft hoog, en het is deze lange fase waarin de gevolgen op lange termijn binnensluipen: botontkalking, een stijgend risico op hart- en vaatziekten, en veranderingen in het brein.

De overgang is geen ziekte maar een biologische omslag. De perimenopauze is de aanloop van gemiddeld vijf jaar, de menopauze het moment (laatste menstruatie plus twaalf maanden), de postmenopauze de lange fase erna waarin de langetermijngevolgen spelen.

Ongeveer twee op de tien vrouwen voelt nauwelijks iets van de overgang. Ik hoop dat jij daarbij hoort. De overige acht op de tien krijgen wel klachten, van mild tot echt hinderlijk. Als jij tot die groep behoort, ben je niet de uitzondering. Je bent de regel.

Waarom één dalend hormoon zoveel doet

Heel vaak zeggen we dat de hormonen vergeleken worden met een orkest dat mooi op elkaar is ingespeeld. Oestrogeen is daarin niet de triangel achteraan, maar bijna de dirigent. Het regelt veel meer dan je cyclus alleen.

Oestrogeen houdt je bloedvaten soepel en helpt je cholesterol in balans. Het remt de afbraak van je botten. Het beïnvloedt je slaap, je stemming en je geheugen via boodschapperstoffen in je hersenen zoals serotonine en dopamine. En het houdt de weefsels van je blaas en je vagina stevig en vochtig. Zolang de spiegel hoog is, zijn vrouwen beschermd door die symfonie: beter beschermd tegen hart- en vaatziekten en tegen botontkalking dan mannen van dezelfde leeftijd.

En dan valt die bescherming weg. Bij mannen zakt het testosteron ook, maar heel geleidelijk, over decennia. Bij vrouwen gaat het sneller, soms bijna abrupt. Dat is de kern van waarom de overgang zoveel systemen tegelijk raakt: je haalt niet één instrument uit het orkest, maar de dirigent neemt ontslag. De temperatuurregeling in je hersenstam raakt van slag, en dat voel je als een opvlieger. Die ontregelde thermostaat is het mechanisme achter het bekendste symptoom van allemaal.

Wat je gaat voelen

De klachten komen zelden alleen. Ze grijpen op elkaar in, en dat is precies wat het zo vermoeiend maakt.

Opvliegers en nachtzweten zijn het uithangbord van de overgang. Ze kunnen zo hevig zijn dat je er 's nachts drijfnat van wakker wordt, en ze kunnen jaren aanhouden, gemiddeld langer dan zeven jaar. Ze verstoren je slaap, en een slechte nacht verpest je dag: je stemming, je concentratie, je geduld. Waar ze precies vandaan komen en wat je eraan doet, lees je in ‘opvliegers en nachtzweten’.

Daarnaast is er de brain fog: dat gevoel dat je hoofd door mist waadt, dat je een naam kwijt bent. Vervelend, maar meestal voorbijgaand. Er zijn stemmingsschommelingen, meer prikkelbaarheid, soms angst of somberheid. Er is de vaginale droogte en de pijn bij het vrijen, en vaker blaasontstekingen, klachten waar vrouwen vaak niet uit zichzelf over beginnen. En er is de gewichtstoename, vooral rond de buik. Waarom je lichaam zich zo herverdeelt en wat helpt, werk ik uit in ‘gewicht in de overgang’.

Wil je grip krijgen op wat je precies voelt en hoe zwaar het weegt, dan helpt het om het een tijd bij te houden. Daarvoor bestaan twee handige hulpmiddelen: de menopauze-symptoomscore, die je klachten in kaart brengt met een gevalideerde vragenlijst, en het opvliegers-triggerdagboek, waarmee je in één oogopslag ziet wat jouw opvliegers uitlokken.

Bot, hart en brein

Je botten vragen wat extra aandacht

Zodra het oestrogeen wegvalt, versnelt de afbraak van je botten. In de eerste jaren na de menopauze kun je drie tot vijf procent botmassa per jaar verliezen. Onder de microscoop gaat je bot er langzaam uitzien als een gatenkaas, en het vervelende is: van botontkalking voel je niets. Geen pijn, geen signaal, tot er ineens een pols, een heup of een wervel breekt bij een val die vroeger niets zou hebben betekend. Waarom dit zo sluipend gaat en hoe je het voorkomt, staat in waarom je botten stiller breken na de menopauze.

Gebroken arm

Je hart verliest een beschermer

Vóór de menopauze hebben vrouwen minder hart- en vaatziekten dan mannen. Dat voorsprongetje danken ze grotendeels aan oestrogeen. Na de menopauze verandert je bloedvetprofiel ongunstig, ontwikkelt zich vaker insulineresistentie, en klimt je risico op hart- en vaatziekten richting dat van mannen. Het is precies de fase om je bloeddruk, je cholesterol en je bloedsuiker te laten checken.

Je brein verandert mee

De slaapverstoring, de brain fog en de stemmingsklachten zijn deels dezelfde oestrogeendaling die je botten en je hart raakt. Voor de meeste vrouwen zijn deze cognitieve klachten tijdelijk.

De gevaarlijkste gevolgen van de overgang voel je niet. Botverlies, een stijgend hart- en vaatrisico en breinveranderingen verlopen sluipend. Juist daarom is jaarlijkse controle van botten, bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker de moeite waard.

Goede slaap, beweging, sociale connectie en mentale uitdaging zijn hier je beste bondgenoten.

Wat je zelf kunt doen

Hier begint het goede nieuws. De basis leg je zelf, en die basis werkt op elk van die systemen tegelijk.

Begin bij beweging, en dan specifiek bij krachttraining. Twee tot drie keer per week je spieren echt prikkelen is moeilijk om echt vol te houden, dat weet ik, maar het is wat het meest rendeert. Krachttraining remt het verlies van spiermassa én van botmassa. Punt. Vul aan met dagelijkse beweging waarbij je lichaam het eigen gewicht draagt, want dat prikkelt je botten om sterk te blijven. Dus, ja, touwtjespringen is effectiever dan op de trampoline.

Hou je voeding simpel, want ingewikkeld is moeilijker vol te houden. Eet echt voedsel, niet te veel en vooral planten. Zorg voor voldoende eiwit, zeker een gram per kilo lichaamsgewicht en liefst wat meer, om je spieren te beschermen. Vezels doen dubbel werk: ze binden overtollige toxines en hormonen in je darmen zodat die uit je lichaam gaan. Een detail dat me altijd is bijgebleven: het Japans heeft geen woord voor menopauze, en slechts vijftien procent van de Japanse vrouwen heeft last van opvliegers. De hypothese is dat de soja in hun voeding, rijk aan planteneigen oestrogenen (fyto-oestrogenen), als een natuurlijke eerste hulp werkt. Bewijs is het niet, maar een eetpatroon met vezels, groenten, fruit en wat soja is sowieso een goede eerste stap.

Bescherm je slaap: zeven tot negen uur, een vast ritme. Beperk alcohol, want die verergert opvliegers en breekt je slaap af. Stop met roken, dat versnelt zowel botverlies als hartrisico. En neem stress serieus, want chronische stress giet olie op het vuur van de overgangsklachten. Meditatie, ademhaling, natuur, contact met mensen: het klinkt zacht, maar werkt hard.

Wie deze basis legt, staat veel sterker in de keuzes die daarna op tafel liggen.

Openlucht meditatie

Hormoontherapie, de feiten

De vraag die bijna elke vrouw zich stelt zodra de klachten in beeld komen is: “En die hormonen dan, is dat veilig of niet?”

Even de geschiedenis, want die verklaart veel van de angst. In 1968 schreef de Amerikaanse gynaecoloog Robert Wilson het boek Feminine Forever, gesponsord door de eerste producenten van hormoontherapie. Het stelde de menopauze voor als een ziekte met één oorzaak, oestrogeentekort, en de hormoonvervangers gingen als zoete broodjes over de toonbank. Rond de eeuwwisseling sloeg de stemming volledig om toen het grote Women's Health Initiative-onderzoek verhoogde risico's leek te tonen. Maar de onderzoekers maakten een fout: de vrouwen in dat onderzoek waren vaak al ver voorbij hun menopauze toen ze startten. En dat blijkt het grootste verschil te maken in die risico’s.

Vandaag weten we dat het draait om timing en om vorm. Start je hormoontherapie binnen tien jaar na je menopauze of vóór je zestigste, dan is het risicoprofiel gunstig, met een neutraal tot zelfs beschermend effect op hart en bloedvaten. Start je veel later, dan kantelt die balans. Dat is de kern van wat de timing-hypothese heet.

De vorm telt evengoed. Oestrogeen via de huid, als pleister of gel, geeft duidelijk minder risico op bloedklonters dan een tablet, omdat het de eerste passage door de lever omzeilt. Heb je nog een baarmoeder, dan hoort daar een lichaamseigen progesteron bij om je baarmoederslijmvlies te beschermen. Voor de systemische klachten vermindert hormoontherapie de opvliegers met ongeveer driekwart.

Maar voor sommige vrouwen is dit niet de juiste keuze, zeker bij een voorgeschiedenis van borstkanker, en dan hoort het gesprek multidisciplinair te gebeuren. Zoals ik in Lang zullen we leven schreef: hormoontherapie is persoonlijk en geen one size fits all. We mogen er ons als artsen niet van afmaken met een receptje en beloven dat het wonderen verricht. Het is zoeken naar de laagst mogelijke dosis, met regelmatige controle, en altijd na de vraag of het ook zonder kan. Het hele veiligheidsverhaal, met alle voors en tegens, staat in is hormoontherapie bij de overgang veilig.

Bij hormoontherapie tellen timing en vorm. Starten binnen tien jaar na de menopauze of vóór je zestigste, bij voorkeur via de huid. Dat geeft het gunstigste profiel. Deze beslissing is persoonlijk en hoort besproken te worden met een arts.

Eén ding: de lokale vaginale behandeling voor droogte en pijn bij het vrijen staat helemaal los van dit verhaal. Die lage dosis werkt vrijwel niet door in je bloed, is zeer effectief en veilig, en mag levenslang doorgaan. Daar hoef je dus niet mee te aarzelen.

Als hormonen niet kunnen of niet gewenst zijn

Kies je bewust niet voor hormonen, of kan het niet door je medische voorgeschiedenis, dan sta je niet met lege handen. Cognitieve gedragstherapie helpt je vooral beter omgaan met de opvliegers en de bijhorende slaap- en stemmingsklachten, met sterke onderbouwing. Bepaalde antidepressiva in lage dosis verminderen de opvliegers zelf. Er zijn intussen ook nieuwe, gerichte middelen tegen opvliegers die niet op hormonen werken. En fyto-oestrogenen uit soja of lijnzaad geven een wisselend maar reëel effect. Vraag je huisarts wat bij jou past.

Veel van wat hierboven staat, kun je zelf oppakken, maar een paar signalen vragen een bezoek aan een arts, soms met spoed. Bloedverlies nadat je menopauze is vastgesteld, ook al is het maar één keer en maar een beetje, moet altijd onderzocht worden. Wacht daar niet mee. Datzelfde geldt voor een knobbel in de borst, een plotse verandering aan de borst, of bloed of vocht uit de tepel.

Maak ook een afspraak als je opvliegers je leven beheersen, als nachtzweten je slaap sloopt, als je stemming of energie je zorgen baart, of als vaginale of blaasklachten je hinderen. Dat hoeft niet te blijven duren, en er is meer aan te doen dan je denkt.

De volledige uitleg
CTA Image

In Spreekuur Plus krijg je elke week een longread, mijn e-books over slaap, stress en hormonen, en een maandelijkse Ask Me Anything. Word lid vanaf negentien euro per maand.

Ontdek Spreekuur PLUS

Verder in deze reeks

Dit overzicht is de kapstok. Voor de onderdelen die om meer diepgang vragen, ga je verder met:

Referenties

Crandall, C. J., Mehta, J. M., & Manson, J. E. (2023). Management of menopausal symptoms: A review. JAMA, 329(5), 405-420. https://doi.org/10.1001/jama.2022.24140

The North American Menopause Society. (2022). The 2022 hormone therapy position statement of The North American Menopause Society. Menopause, 29(7), 767-794. https://doi.org/10.1097/GME.0000000000002028

Hodis, H. N., & Mack, W. J. (2022). Menopausal hormone replacement therapy and reduction of all-cause mortality and cardiovascular disease: It's about time and timing. The Cancer Journal, 28(3), 208-223. https://doi.org/10.1097/PPO.0000000000000591

Šprem Goldštajn, M., Mikuš, M., Ferrari, F. A., Bosco, M., Uccella, S., Noventa, M., Török, P., Terzic, S., Laganà, A. S., & Garzon, S. (2022). Effects of transdermal versus oral hormone replacement therapy in postmenopause: a systematic review. Archives of Gynecology and Obstetrics, 307(6), 1727-1745. https://doi.org/10.1007/s00404-022-06647-5

Ye, M., Shou, M., Zhang, J., Hu, B., Liu, C., Bi, C., & Liu, Z. (2022). Efficacy of cognitive therapy and behavior therapy for menopausal symptoms: a systematic review and meta-analysis. Psychological Medicine, 52(3), 433-445. https://doi.org/10.1017/S0033291721005407

Reid, I. R., & Billington, E. O. (2022). Drug therapy for osteoporosis in older adults. The Lancet, 399(10329), 1080-1092. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(21)02646-502646-5)

Danan, E. R., Sowerby, C., Ullman, K. E., Ensrud, K. E., Forte, M. L., Zerzan, N., Anthony, M., Kalinowski, C., Abdi, H. I., Friedman, J. K., Landsteiner, A., Greer, N., Diem, S., Kirsch, J., Nardos, R., Sadiq, A., Dahm, P., Butler, M., Wilt, T. J., & Diem, S. J. (2024). Hormonal treatments and vaginal moisturizers for genitourinary syndrome of menopause. Annals of Internal Medicine, 177(8), 1098-1108. https://doi.org/10.7326/M23-3331

Bingé, S. (2024). Lang zullen we leven. Lannoo.